Vanaf juli 2021 moeten werkgevers er rekening mee houden dat verschillende punten in de praktijk gaan wijzigen. Mogelijk komen daar later dit jaar meer veranderingen bij. Wij zetten hier alvast de belangrijkste wijzigingen voor werkgevers op een rij, die vanaf 1 juli 2021 gaan gelden.

Tijdens de coronacrisis moest sneller worden gehandeld. Maar het ziet er naar uit dat er wat dat betreft wat rust komt, omdat de economie goed lijkt te herstellen en verlenging van de coronamaatregelen in het vierde kwartaal wellicht niet meer nodig is.

Wijzigingen voor HR vanaf 1 juli 2021

Wettelijke vakantiedagen vervallen
De wettelijke vakantiedagen die de werknemer niet heeft opgenomen, vervallen een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Dit betekent dat op 1 juli 2021 de overgebleven wettelijke vakantie-uren vervallen die in 2020 zijn opgebouwd.

Let wel op, want in de cao kan een ruimere vervaltermijn zijn overeengekomen. Ook kunnen andere individuele afspraken hierover met de werknemer zijn vastgelegd. Verder moet u de werknemers wel waarschuwen dat hun opgebouwde vakantie-uren dreigen te vervallen. In een gerechtelijke uitspraak werd bepaald dat werknemers anders het recht hebben om hun overgebleven vakantie-uren tot 5 jaar later nog op te nemen (net zoals dat is geregeld voor bovenwettelijke vakantiedagen).

Minimumloon 1 juli 2021
Twee keer per jaar, op 1 juli en 1 januari wordt het wettelijk minimumloon (WML) opnieuw vastgesteld door de minister van SZW. Daarbij wordt de algemene loonontwikkeling in Nederland gevolgd.

Het wettelijk minimumloon gaat vanaf 1 juli 2021 met 17 euro omhoog naar 1701 euro per maand.

Aanbod arbeidsomvang oproepkracht
Per 1 juli 2021 treedt een wijziging in werking over het aanbod arbeidsomvang dat u moet geven aan oproepkrachten. Voor het jaarlijkse verplichte aanbod voor een vaste arbeidsomvang aan een oproepkracht, geldt dat de werknemer binnen een maand moet laten weten of hij op het aanbod ingaat. Bij acceptatie van het aanbod krijgt de werknemer een vaste arbeidsduur vanaf uiterlijk de eerste dag nadat twee maanden zijn verstreken na de twaalf maanden waarover de gemiddelde arbeidsduur van de oproepkracht is berekend.
Nieuw coronasteunpakket van start
In het derde kwartaal van 2021 komt er opnieuw loonsteun (NOW) en subsidie voor vaste lasten (TVL) voor ondernemers die door de coronacrisis in de problemen zijn gekomen. Ook treft het kabinet extra maatregelen om bedrijven te helpen met hun gegroeide schuldenlast.

Dit is mogelijk de laatste verlenging van het coronasteunpakket, omdat de economie inmiddels weer flink groeit en de lockdown steeds soepeler wordt.

Onbelaste Reiskostenvergoeding thuiswerkers verlengd tot 1 oktober
Werkgevers mogen nog tot 1 oktober 2021 een onbelaste vaste reiskostenvergoeding geven aan werknemers die door de coronacrisis nu veel meer thuis werken. Het kabinet heeft deze maatregel voor de derde keer verlengd: de regeling zou oorspronkelijk tot 1 april duren.

Omdat thuiswerken in de toekomst waarschijnlijk meer gaat gebeuren, werkt het kabinet aan een regeling waarmee werkgevers onbelast thuiswerkkosten kunnen vergoeden waarvoor nu nog geen gerichte vrijstelling geldt. De helft van de werkgevers geeft al zo’n thuiswerkvergoeding.

Belasting(schuld) weer betalen
Ondernemers moeten vanaf 1 juli 2021 weer gewoon belasting gaan betalen. Wel mogen zij later beginnen en langer doen over het aflossen van de belastingschuld die zij vanwege de coronacrisis hebben opgebouwd.

Zij hoeven nu pas vanaf 1 oktober 2022 te starten met betalen en hier is vijf jaar de tijd voor. Dit was drie jaar vanaf 1 oktober 2021.

Reizen kan weer
Vanaf 1 juli 2021 kan weer gereisd worden met een Europees Covid-reiscertificaat. Reizigers kunnen straks met een QR-code aantonen dat ze zijn ingeënt tegen het coronavirus, negatief hebben getest of al een besmetting achter de rug hebben en daardoor zijn beschermd.
BIK ingeruild voor lagere werknemerspremies
De BIK-regeling (Baangerelateerde Investeringskorting) is vorige Prinsjesdag gepresenteerd als onderdeel van het Belastingplan 2021. Met de BIK zou vier miljard euro vrijkomen voor investeringen die meer banen zouden opleveren.  De regeling werd door sommigen gezien als een tegemoetkoming aan werkgevers voor het schrappen van een andere lastenverlichting. Maar de regeling was niet goed doordacht en was in strijd met Europese concurrentieregels.

Het kabinet gaat de lastenverlichting nu anders inzetten en maakt personeelslasten lager voor alle werkgevers. Dat gebeurt met de verlaging van de werkgeverspremie AWf in 2021, waardoor de loonkosten ook omlaag gaan. De premiepercentages van de AWf kunnen worden verlaagd met 2,32 %-punt:

  • Van 2,70% naar 0,38% voor vaste arbeidscontracten.
  • Van 7,70 naar 5,38% voor flexibele arbeidscontracten.

Met deze verlaging hoopt het kabinet dat bedrijven financiële ruimte houden om investeringen te doen, terwijl het ook bijdraagt aan het aantal banen. De precieze uitwerking en ingangsdatum worden later bekend gemaakt.

HR-administratie weer volledig uitvoeren
Tot 1 oktober 2021 hoeven werkgevers niet alle administratieve verplichtingen voor loonheffingen uit te voeren, als dat praktisch niet kan door de coronamaatregelen. Bijvoorbeeld door thuiswerken of omdat geen afstand kan worden gehouden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de identificatieplicht die niet kan worden uitgevoerd. Normaal gesproken moet de werkgever dan het anoniementarief van 52% toepassen, maar tot 1 oktober 2021 hoeft dat dus niet.

De werkgever moet de administratieve verplichtingen wel alsnog nakomen zodra dit weer kan. Dan moet dus ook de identiteit van de werknemer weer op de gebruikelijke manier worden gecontroleerd.

RIV-toets door UWV
De bedoeling is dat vanaf september 2021 de Wet RIV-toets UWV door arbeidsdeskundigen van kracht wordt. In de wet wordt geregeld dat in 2021 het advies van de bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend wordt bij de toetsing van het re-integratieverslag (RIV-toets) door UWV.

De RIV-toets zal in 2021 volledig uitgevoerd worden door arbeidsdeskundigen van UWV. Als werkgever en werknemer de re-integratie-inspanningen hebben gepleegd die passend zijn bij het medisch advies van de bedrijfsarts, kan een RIV-toets niet meer leiden tot een sanctie. Hiermee wordt onzekerheid voorkomen over het te voeren re-integratietraject voor werkgever en werknemer.

Vragen neem vrijblijvend contact met ons op

Bron Personeelsnet